Dit is Berre.

Na het afscheid van Indra in oktober 2020 ben ik op zoek gegaan naar een nieuwe hond.

Ik wou een kleine hond, met een makkelijke vacht, weerbestendig en weinig onderhoud. Eentje die overal mee naartoe kan, en dat ook helemaal ziet zitten. Eentje die houdt van lange wandelingen, maar ook van knuffelen op de bank. Hij moest makkelijk mee kunnen met de campervan, dus niet te groot en makkelijk ‘wassen en drogen’, indien nodig. En hij moest toch ook wel graag willen werken, samen bezig zijn in hondensport en zo. Er mocht wat pit in zitten. En graag ook sociaal, als het even kan. Kortom, een gezonde hond, mentaal en fysiek. Een no-nonsensehond.

Eerste plan: een Border Terrier. Bleek dat de Border Terriers uitverkocht waren. Serieus, de vraag ernaar was blijkbaar veel groter dan het aanbod. En zoals dat gaat bij goede fokkers: die gaan niet méér produceren omdat de vraag stijgt. Dus, terecht, ellenlange wachtlijsten.

Omdat ik niet heel lang zonder hond wou blijven, dan maar op zoek naar alternatieven. Via sites over werkende terriërs, kwam ik terecht bij de Parson Russell Terrier. Meer bepaald bij The Crazy Rabble Parson Russell Terriers. Een fokker die gaat voor gezondheid, werklust en karakter, en schoonheid wijselijk aan zich voorbij laat gaan.

Niet dat zijn honden niet mooi zijn. Ze zijn prachtig! Maar ik vermoed dat ze niet zo hoog zouden scoren als ze zich aan een hondenshow zouden wagen. Ter illustratie: ik ben ondertussen toch al een aantal keer aangesproken op mijn mooie ‘stratier‘, of gevraagd welke kruising hij juist is … 🙂

Dus: mailtje gestuurd. Na een lang telefoongesprek, waarin al heel wat boxes ge-ticked werden: bezoekje bij de fokker ingepland. Een uitgebreide babbel (in de tuin, want corona) en een kennismaking met zijn honden later, kon ik de rest van de puntjes op mijn lijstje afvinken. En Jeroen blijkbaar ook, want ik mocht op de lijst voor een pup. Joepie! En dan was het wachten, wachten, wachten … tot de pups er waren.

Opluchting toen ze geboren waren, want er waren er voldoende, zodat ik er ook eentje mocht reserveren. Veel foto’s, filmpjes en een paar bezoekjes later kon ik dan eindelijk ‘mijn’ pup kiezen: de linkerpiraat. En ook de mooiste. En de schattigste. En de liefste. Natuurlijk.

Na twee herdershonden (een Border Collie en een Briard), is deze terriër wel even wennen … Waar mijn geluidsgevoelige dames bij de minste stemverheffing (of gewoon wat lager timbre) stante pede stopten waar ze mee bezig waren en mij verontschuldigend aankeken, zet het concept ‘neen’ dit mannetje enkel aan om zich nog harder vast te bijten (vaak letterlijk) in de ‘misdaad’.

Niet dat hij niet wil meewerken. Graag zelfs. Maar hij moet er een goede reden voor hebben. En ‘omdat mammie het graag wil’, is geen goede reden. Niet goed genoeg. Tja … ‘waarom – daarom’ heeft bij mij ook nooit echt gewerkt …

Het doet me beseffen dat ik nog verbazend veel dwang gebruikte bij mijn honden, ook al zou ik mezelf absoluut een positieve, beloningsgerichte trainer noemen. Maar dit mijnheertje maakt duidelijk dat het nog beter kan. Dus ik moet creatief zijn. Denken in ‘wat ik wil’, in plaats van ‘wat ik niet wil’. We zijn onze weg samen nog maar net gestart, maar hij maakt me nu al een betere trainer.

Berre. Hij is niet wat ik zocht, maar helemaal wat ik wou.