Waarom het emmertje soms opeens overloopt

Soms lijkt het uitlaatrondje van Indra meer op een soort hindernissenparcours dan iets anders. De hindernissen in kwestie zijn dan andere honden. En we nemen de hindernissen niet, we ontwijken ze. Met goede reden …

Niet dat de buurthonden zo agressief zijn. Integendeel, de meeste zien er mij heel sociaal uit. Maar, hoe vriendelijk ook, Indra moet ze niet. Ze is bang van andere honden. Vooral als ze hen niet kent. Vooral als ze naar haar kijken. Vooral als ze groot zijn. Vooral als ze ook nog eens donker gekleurd zijn. (Ze maakt een uitzondering voor de lokale Zwitserse Witte Herder. Die kan niets goed doen in haar ogen, hoe wit ze ook is. De vijand, jawel.)

En als ze bang is, dan gaat Indra in de aanval. Fight or flight, ze kiest meestal voor het eerste. Onder het motto dat de aanval toch nog steeds de beste verdediging blijft. Of zoiets.

Dus we slalommen tussen de buurthonden. Steken de straat over als we een tegenligger krijgen. En opnieuw. En opnieuw. Om problemen te vermijden. Om Indra in haar comfortzone te houden. Zodat ze niet bang hoeft te zijn. Ze kan mij vertrouwen: de mammie (moi!) zorgt voor haar.

Alhoewel. Soms denkt de mammie dat het wel zal lukken. Dat het toch ook allemaal zo erg niet is. Dat het nu toch al heel lang geleden is dat Indra uitgevlogen heeft. Dat ze zelfs heel rustig blijft als we een hond passeren aan de overkant van de straat.

En dus kies ik ervoor om eens niet over te steken. We blijven stilstaan terwijl de andere hond passeert. En het gaat goed. Er gebeurt niets. Succes!

Overmoedig besluit de mammie ook de volgende hond te tackelen (figuurlijk hé, mannekes). Gewoon blijven staan. Aja, want we hebben net gezien dat Indra dat kan. Not! Een uitval in volle paniek. Tanden bloot. Hoge blaf. Trekken aan de lijn. Wild springen naar de onschuldige passant.

Waarom? Waarom lukt het bij de ene hond wel en bij de andere niet? Ewel, ik zal het u vertellen. Het heeft meestal helemaal niets te maken met de hond aan de andere kant. Het gaat over het emmertje. Indra haar emmertje. En dat het vol raakt.

De eerste hond maakt het emmertje halfvol. Soms iets meer, soms iets minder. Dat is dan wél weer afhankelijk van de hond in kwestie. Kleine Shih-Tzu die beleefd wegkijkt: kwartje vol. Zwarte Labrador die enthousiast contact probeert te maken: ruim halfvol. Maar niet vol. Dus er gebeurt niets. For now.

Maar dan komt de tweede hond langs. Terug een geut in het emmertje. Misschien ook maar iets meer dan een half emmertje. Maar het emmertje was al halfvol. Dus het loopt over. Met alle drama van dien.

Op zo’n moment kan ik mezelf voor de kop slaan. Ik wéét dat, van dat emmertje. En ik weet ook dat Indra haar emmertje echt niet zo groot is, en dat het dus ook vlug overloopt. Maar toch bezwijk ik af en toe voor de verleiding ‘om het eens te proberen’.

Is dat dan zo erg? Ja, dat is erg. Indra vertrouwt mij. Ze hangt aan een leiband en ik beslis wat we gaan doen. Ze kan niet weg. Ze is volledig afhankelijk van mijn goodwill. Jij en ik weten dat die andere hond ongevaarlijk is. Maar, en nu komt het: Indra weet dat niet. Indra voelt angst, en stopt met nadenken. Haar hypothalamus neemt over en ’t is van fight or flight. En dat is niet plezant voor haar.

Ik weet nochtans wat het is. Ik ben bang van bijen en wespen. Ik wéét dat die beestjes meestal ongevaarlijk zijn. Zeker als je ze met rust laat. En toch. Panisch als er eentje rond mij zoemt. In het rond slaan. En weten dat dat een slecht idee is. Maar mijn hypothalamus weet dat niet. Die denkt: “Alarm, we zijn in levensgevaar!!” Dus ik loop met molenwiekende armen gillend het terras af.

En ik ben een mens. Ik zou intelligenter moeten zijn dan een hond. Maar als paniek de overhand neemt, dan zijn die anderhalve kilo hersenen niets meer waard, zo blijkt.

Stop dus maar met meewarig te lachen met mijn dom hondje dat het verschil niet ziet tussen een gevaarlijk monster en een onschuldig knuffelbeestje. Ge zijt zelf niet veel beter! Spinnen, slangen, hoogtes, kleine ruimtes, clowns, vliegtuigen … Take your pick! Er zijn meer dan genoeg fobieën to go around.

Tijd heelt alle wonden, zeggen ze. En tijd leegt gelukkig ook alle emmertjes. Als de gestresseerde mens of hond terug wat rust kan vinden, zakt het niveau van het emmertje. Bij de een al wat sneller dan de ander, maar het komt goed. Maar voorkomen is nog altijd beter dan genezen. Dat emmertje in de gaten houden is dus de boodschap. En niet wachten tot het overloopt.

Dus voortaan steek ik altijd de straat over als er een hond aankomt. Vóór Indra haar emmertje begint vol te lopen. Ze kan op me rekenen om haar te beschermen tegen alles wat eng is in deze wereld. Beloofd! Zelfs al komt dat in de vorm van het allerschattigste Maltesertje ever