Victor de Kat

Eerder vertelde ik al over de honden in mijn leven. Ik zou mezelf dan ook zonder twijfel een hondenmens noemen.

Maar er was ook een kat.

Victor de Kat.

 

Het slechte nieuws …

Om maar meteen te beginnen met het slechte nieuws: Victor is onlangs overleden. Op de gezegende leeftijd van veertien jaar, dat wel. Maar toch, ik had verwacht dat hij rond de twintig zou worden. Dat is blijkbaar heel optimistisch, en ik weet ook niet goed waar ik dat getal haalde, maar veertien jaar is dan veel te jong. Zelfs al zegt de dierenarts dat het oud is, voor een kat. Dat was het plan niet.

Victor z’n nieren lieten het afweten. Een probleem bij veel katten, zo blijkt. Ze krijgen allemaal teveel dierlijke proteïnen binnen, en te weinig groenten. Katten zijn echte carnivoren, dus ze hebben vlees nodig om te overleven, maar trop is te veel. Ook voor Victor z’n niertjes dus. Ze waren volledig op, waardoor hij geen honger meer had en dus ook keihard vermagerde. Een epokuur bracht geen soelaas en uiteindelijk was euthanasie de enige juiste keuze. Hoewel hij steeds zwakker werd, heeft hij gelukkig nooit afgezien. Een paar dagen voor zijn dood wou hij zelfs per se nog even gaan wandelen. Z’n territorium checken. Ik ben benieuwd hoe de buurtkatten die erfenis verdeeld hebben, en of ze überhaupt al doorhebben dat de koning van het steegje niet meer is.

 

En het goede nieuws …

Maar om verder te gaan met het goede nieuws: hij was een specialleke, mijn Vicky. Ik zal hem nooit vergeten.

Gedumpt in het bos, in een kartonnen doos, samen met zijn broertjes en zusjes. Gelukkig werden de vier poezekatjes gevonden door hondenmensen op wandel, die ook een beetje kattenmensen waren, of werden. De kittens waren nog heel erg jong, en moesten om de paar uur melk krijgen. Dus bedankt aan Lotte en Ann om hen in leven te houden. En ook een dankjewel aan Asha, een Golden Retriever uit de duizend, die prompt surrogaat-kattenmoeder werd. Met veel liefde en wijsheid leerde ze haar geadopteerde kroost the ways of the world. Ik ben er zeker van dat haar lessen Victor meermaals het leven gered hebben. Het is goed om de basics van hondentaal te kennen. Zeker als je als kat twee honden-zusjes krijgt die sowieso niet van de makkelijkste zijn, en waarvan eentje downright gevaarlijk uit de hoek kan komen. (Kijk niet zo onschuldig, Indra.)

Een van die vondeling-kittens is dus bij mij terechtgekomen, in juni 2004. De mooiste, natuurlijk. En de schattigste. En de liefste. Ook Thessa was er zot van. Achtervolgde hem overal. Het arme poezekatje was nooit op z’n gemak. Altijd liefdevol gestalkt door zijn zus.

Na een half jaar kwam Indra erbij. Dierenfamilie compleet. Toch wat Victor betrof, want van andere katten heeft hij nooit moeten weten. Hoe voorzichtig ik Charlotje de Asielkat ook geïntroduceerd heb, het is nooit iets meer geworden dan ‘met moeite tolereren’. Idem voor Kareltje de Zwerfkat. Die mocht iets meer dan Charlotte, maar ook alleen maar doordat hij koppig volhield en Victor halsstarrig bleef achtervolgen. In analogie met honden- en kattenmensen, kunnen we besluiten dat Victor eerder een hondenkat was. Net zoals Thessa eerder een kattenhond was. Verwarrend, ik weet het.

Voor wie bij bovenstaande foto spontaan ‘oooh, zo lief’ uitriep (wat toch een beetje de bedoeling was, als illustratie bij de hond-kat-vriendschap die ik net beschreef): ik moet bekennen dat Thessa hier eigenlijk feitelijk gewoon op zoek was naar statische elektriciteit. (Er was een hoek af bij die hond. Ik kan het ook niet helpen.) Victor zelf was níet zo happig op dat geknetter, understandably, dus het soezen voor de stoof heeft hier niet lang meer geduurd.

 

The Voice

Mijn ervaring met katten is beperkt, maar ik durf toch stellen dat Victor één van de meer vocale exemplaren was. Zagen dat die kat kon! Miauw hier, miauw daar. En zeker als je iets terugzei (as one does), dan kwam er helemaal geen eind aan. En in alle toonaarden. Dat beestje had een bereik waar Helmut Lotti jaloers op zou zijn. Ik weet zeker dat hij optredens gaf voor de katten in de buurt. Hij repeteerde alleszins genoeg!

Lawaai maken was zijn lang leven. Om naar buiten te geraken, om naar binnen te geraken, om hem te redden van op het plat dak (waar hij wel opraakte, maar niet af, zonder duidelijke reden), om hem midden in de nacht langs de velux binnen te laten (de eerste keer terwijl het keihard regende, dus ok, maar alle keren daarna gewoon omdat hij daar goesting in had), om eten te krijgen, om ander eten te krijgen (aja, want altijd hetzelfde steekt tegen, hoe zou je zelf zijn), om water te krijgen, om vers water te krijgen (obviously) … Of gewoon, tegen de jukte.

 

Clickertraining

Alhoewel ik mijn passie voor gedragstraining vooral op honden gericht heb, kon ook Victor de Kat er niet aan ontsnappen: clickertraining.

Misschien eventjes heel kort uitleggen voor de onwetenden: clickertraining is een manier om een gedrag aan te leren met beloningen, zonder dwang. (Voor wie er meer over wil weten, begin bij Karen Pryor. Superinteressant, zelfs al ben je nooit van z’n leven van plan om een dier te trainen. Echt, lees dat boek.)

Dankzij clickertraining, had Victor een repertoire opgebouwd van twee ‘trucjes’.

  1. in een doos gaan zitten
  2. op een stoel gaan zitten

Dat klinkt poepsimpel, en ik weet dat YouTube vol staat met filmpjes van supergetrainde katten, maar voor Victor en mezelf was dat al een hele prestatie. We waren er allebei trots op. En terecht. Het heeft ons veel geduld en opperste concentratie gekost om dat voor elkaar te krijgen. Applaus voor onszelf!

Wat ik zo fantastisch vond aan het trainen van Victor, was de nonchalante manier waarop hij alles uitvoerde. Ok, hij wou die stukjes kipfilet. Ok, hij wist dat hij daarvoor op die stoel moest springen en gaan zitten. Maar no way dat hij dat slaafs als een hond zou doen. Neen, mijnheer was een kat. En katten doen alles op hun tempo, nemen hun tijd. Hij ging op die stoel zitten als híj daar zin in had, niet omdat z’n mens dat wou.

En toch, hij deed het hé, elke keer opnieuw. Maar het zag er ook elke keer weer uit alsof hij toevallig zelf van plan was om op die stoel of in die doos te gaan zitten. En de kipfilet was een toevallige bonus. Zalig ventje!

 

Nieuw personeel

Tien jaar lang is Victor mijn kat geweest. Dat is veranderd toen ik verhuisd ben naar Antwerpen. Omdat ik op een appartement ging wonen, is Victor niet mee verhuisd. Hij mocht bij mijn ouders gaan wonen, in Brugge. Dat was moeilijk (voor mij, not so much voor Victor), maar hij zou nooit gelukkig geweest zijn op een appartement. Bij mijn ouders had hij een tuintje, en een rustige buurt om in rond te zwerven. En niet te vergeten: excellent personeel. Echt, daar had hij geen klagen van. Alle deuren gingen voor hem open (ook letterlijk, en meermaals per dag), en hij kon er naar hartelust voor het haardvuur liggen veuzen. Hij kreeg er zelfs af en toe blikvoer! (Wat een serieuze upgrade was ten opzichte van de yukkie bio-korrels waartoe de mammie hem probeerde te bekeren.) Ja, ik denk wel dat we mogen stellen dat hij vier jaar van een aangenaam pensioen genoten heeft. En verdiend.

Hij heeft er nu dus ook z’n eeuwige rustplaats gevonden, mijn klein ventje. Zo dankbaar dat hij deel uitmaakte van mijn leven …

Rest in peace, Victor de Kat.