De hond in mijn leven

Me, life and the dog, heet deze blog. Maar wie is die hond? En waarom?

Omdat er altijd een hond zal zijn. Is het niet in ‘t echt, het zal in gedachten zijn. Omdat ik veel te danken heb aan honden. Omdat ik zonder honden niet was geweest wie ik ben. Ik heb altijd van honden gehouden. Altijd.

We hadden thuis een Lecturama-boek over hondenrassen. Ik heb dat letterlijk aan stukken gelezen. En wie er de archieven van bibliotheek De Garve in Sint-Jozef Brugge op nagaat, zal ontdekken dat de boeken over honden in de jaren ’80 opvallend vaak aan hetzelfde kind werden uitgeleend. Het resultaat van al die research was, dat ik een ras kon plakken op alle honden die ik tegenkwam op straat. Toch op de meeste. (Mijn excuses aan de zeldzame rashond die ik in de tijd verkeerdelijk als kruising benoemd heb. Mijn toenmalige hondenlectuur omvatte vooral de meest courante rassen.)

Maar helaas bleef het jaren bij honden op papier. Mijn ouders werkten niet mee. Met reden. Als uw kind begint te niezen gelijk zot telkens ze in de buurt van een hond komt, en haar ogen zien er vervolgens uit alsof ze net een boksmatch verloren heeft, dan zou je misschien ook twee keer nadenken voor je zo’n beest in huis haalt. Dus moest ik me tevreden stellen met toevallige ontmoetingen. Waar ik dan ook alles uithaalde. Ik heb ongetwijfeld menig hond tot vervelens toe overladen met mijn onverdroten enthousiasme. Aaien, spelen, balletjes gooien … Ik kon er geen genoeg van krijgen. En ondertussen fantaseren over een eigen hond … Ik zag hem al meelopen naast mijn fiets. Het was een Schotse Collie. En luisteren dat die deed! Maar ‘t zat er dus niet in, door die vervloekte allergie …

Tot bleek dat ik kon wennen aan honden, als ik er regelmatig mee in aanraking kwam. Vraag me niet hoe dat komt, het heeft iets te maken met het verschil tussen een allergie en een intolerantie. Al gelijk: halleluja en loof de Heer en meer van dat gejubel!

Enter Bodo, een klein bundeltje pikzwarte deugnieterij. Samengesteld uit drie vierde Labrador Retriever en één vierde mysterie. Hij werd deel van ons gezin en bijgevolg ook de eerste hond in mijn leven. (Ook al was hij eigenlijk de hond van mijn vader.) We hebben alle mogelijke beginnersfouten gemaakt met die hond. Echt. You name it, we did it. Maar het is goed afgelopen. Uiteindelijk hebben we het licht gezien, en zijn we gestart met hem dingen áán te leren, in plaats van af te leren. Bodo was zo’n hond die geen vlieg kwaad kon doen. En gelukkig voor ons ook heel vergevingsgezind. Hij is 15 jaar oud geworden, en hij wordt nog altijd hard gemist.

Mijn eerste eigen hond, dat is een verhaal apart. Echt, die krijgt haar eigen blogpost. Haar naam was Thessa. En ze was heel bijzonder. Border Collie, en soulmate. Once in a lifetime, weet je wel.

De huidige hond in mijn leven heet Indra. Oftewel De Pinda. Of Ineke. Ieniemienie kan ook. En meer van dergelijke afgeleiden. Om de een of andere reden kan ik geen huisdier hebben met maar één naam. En luistert die dan, madam? – Jawel. Allé, nu niet meer zo goed, wegens meer dan dertien jaar oud en aan de dove kant. Maar toen ze nog kon horen, luisterde ze naar al haar aliassen.

Indra is een Briard. Volgens de Hondenencyclopedie van Esther J.J. Verhoef-Verhallen: “Intelligent en werkwillig, gehard, moedig, waaks, trouw, tikje dominant en absoluut ongeschikt voor het leven in een kennel. De Briard heeft geen gevoel voor humor, dus kunt u hem maar beter niet plagen.” Tja … Ze zal inderdaad nooit gelukkig zijn in een kennel. Maar voor de rest heeft ze duidelijk haar eigen handleiding geschreven. Niet van de slimste en liever lui dan moe, maar wel de allerliefste. Nooit echt op haar gemak in de grote boze wereld, maar super-aanhankelijk (haar idee van gezellig is iedereen in huis op dezelfde vierkante meter). Ze zal een inbreker geen strobreed in de weg leggen, maar ze is een droom om in huis te hebben. Zo braaf. En ze heeft absoluut een gevoel voor humor. Zeker weten. De grapjas.

Aja, en ze is heeft de mooiste ogen die je ooit gezien hebt. Kijk naar dat kopje en zeg me hoe je daar niet op slag verliefd op wordt!

Met de honden kwam ook de hondenschool. En lesgeven op de hondenschool. En lesgeven ‘op mijn eigen’, in bijberoep. Had iemand mijn vijftienjarige ik gezegd, “binnen een paar jaar sta je vol vertrouwen aan een groep volwassenen uit te leggen hoe ze met hun hond moeten omgaan”, ik zou die mens zot verklaard hebben. Ik was zó verlegen. Ik durfde nooit mijn mond opendoen. Laat staan iemand anders vertellen wat hij verkeerd deed en hoe hij het dan wel moest doen. Voor een stuk is dat nog steeds zo. Maar niet als er honden aan te pas komen. Geef me een hond en ik verander in een spraakwaterval die nog moeilijk te stoppen is. Passie, noemen ze dat.

De laatste tijd ben ik er wat minder mee bezig, wegens hoogbejaarde hond die het niet meer ziet zitten om overal mee naartoe te tjaffelen, en bijgevolg ook geen connectie meer met een hondenschool of zo. Maar het blijft kriebelen en ik ben zeker dat ik er ooit terug iets mee ga doen. Al is het maar erover schrijven.

Me, life and the dog. Het gaat dus niet alleen over de honden in mijn leven, maar evenveel over wat ze mij hebben geleerd en hoe ze mijn leven rijker maken. Merci, doggies, I owe you.